|
Een rondje Europese passen in de herst Vrijdag 25 september (Amersfoort – Razil/Oostenrijk) Edmond moet nog even een half dagje werken en ik doe thuis nog het een en ander. De bagage hebben we afgelopen avond al klaargezet. Het is een kwestie van de tasjes in de koffers gooien. Broodjes mee en gaan. Om 13.00 uur duiken we de snelweg op. In Nederland rijden we 140-150 en in Duitsland kan het wat sneller en houden we 160-170 km/h aan. We stoppen om te tanken en een broodje te eten. De route is echter geen 680 km maar 860 en dat is nog wel even een verschil. We zijn voorbereid. Na acht uur zijn we zo ongeveer bij Ulm en komen de heldere viziertjes te voorschijn. De Fernpass rijden we in het donker en het begint te regenen en na tienen rijden we de laatste pas richting Razil op. Het Bikerhell hotel blijkt dicht te zijn. We vinden in het dorp toch nog een hotel dat open is. De prijs lijkt ook mee te vallen. Iets van 68 euro….. tja, per persoon! En daar komen we de volgende ochtend pas achter. Volgende keer toch maar weer even vragen of het tarief per persoon of per kamer is. In de vermoeidheid is dat er bij ingeschoten. Zaterdag 26 september (Razil – Imst) We staan op tijd op en als we het gordijn opentrekken zien we een stralend zonnetje! 
In het midden van het dorp staat op een heuvel een oude burgt. Met de ochtendnevel daarom heen geeft het wel een mooi beeld. Na een uitgebreid ontbijt vertrekken we met richting de Silvretta Hochalpenstrasse.
Die pas hebben we de vorige keer overgeslagen en het is er eentje die echt de moeite waard is.
Bij de tolpoort in Ischgl betalen we de “maut” en we vervolgen de route langs het stuwmeer, en die prachtige hairpins die je vanaf de berg ziet liggen tussen de dennebomen. We hebben een route van iemand gekregen en daar volgen we stukken uit. We trekken uiteindelijk ons eigen plan. We rijden mijn favoriete weggetje Namlos Tal bij Stanzach, 27 kilometer korte bochten en weinig verrassingen, en ook met de GS is het een geweldig gooi en smijt weggetje. Een weggetje dat mij echt bijzonder goed ligt! Vervolgens rijden we daarna over het Hahntenjoch richting Imst.
Het Hahntenjoch is een leuke pas met een leuke diversiteit aan bochten. Van korte bochtjes en hairpins tot en met een wat sneller deel. Vooral het stukje langs de rotswand is toch erg leuk hoewel het volledig onoverzichtelijk is. Pension Weirather is vol, maar de buren familie Hoffer hebben nog een kamer op de bovenverdieping met een balkonnetje. We eten ’s avonds in het dorp bij Gasthof Sonne een hap en gaan dan nog even op het terras zitten bij het cafe tegenover. Het wordt wel frisser, maar ’t is goed te doen. Zondag 27 september (Imst – Arabba/Italie) De motoren halen we na het ontbijt uit de garage van onze Zimmer frei. Vandaag gaan we richting het Zuiden. We rijden richting het Otztal en zien Kuhtai aangegeven op de rotonde.
Het ligt niet op de route, maar Kuhtai is altijd zo mooi dat we de pas gewoon heen en weer rijden voor de gein. We staan toch niet op tijd en we zien wel waar we die avond uitkomen. Die flexibiliteit blijkt ons allebei heel goed te bevallen. En het maakt ons niets uit of we nu met of zonder bagage rijden. Het stuurt er in ieder geval niet minder om. Na het Kuhtai rijden we de Timmelsjoch op.
We betalen de tol bij de Mautstelle en maken her en der een paar foto’s. Het is er werkelijk prachtig! De weg naar boven heeft royale hairpins en op de hoogvlakte liggen allemaal grote snelle bochten. Wat een genot met het superweer.
Aan de andere kant van het Timmelsjoch rijden we Italie in. We stoppen om te lunchen en hebben prachtig uitzicht over Valle Passiria. We rijden vervolgens richting San Leonardo en Merano en dan krijgen we weer een paar passen. Het Gampenjoch naar Fondo en daar de (aanrader) Mendolapass richting Bolzano. Vanaf daar rijden we door het Eggenthal over de de Karerpass lang Lago di Carezza. Een prachtig azuurblauw bergmeertje. Het ligt er zoals altijd mooi bij. De dag sluiten we af met de hele reeks hairpins van de Pordoi.
Na 33 hairpins naar beneden vinden we in Arabba een bijzonder leuk motorhotel met garage.
Albergo Pordoi. We nemen onze intrek in een prima kamer en gaan voor halfpension (44,- euro per nacht p.p). We blijken gewoon van de kaart te kunnen kiezen. We treffen een zestal Aussies en Tasmaniers. Ze zijn drie weken op vakantie en rijden op in Zwitserland gehuurde motoren. Martin kent onnoemelijk veel passen uit zijn hoofd. Ze rijden ook veel onverharde passen. We trekken de komende avonden met veel plezier met ze op en delen ervaringen. Maandag 28 september Om kwart voor acht schuiven we aan voor het ontbijt. Het weer is wederom goed. De kenmerkende puntige bergpieken tekenen zich scherp tegen de knalblauwe hemel af. We besluiten nog een dagje in het hotel te blijven. We gaan voor een rondje Zuidoostelijke Dolomieten passen. 
Het is een echt passendagje en voor Ed weer de kans om her en der een stukje offroad te gaan. Passo Falzarego, Passo di Giau, de Fedaia richting Moena en vandaar richting Passo San Pellegrino, Passo di Valles, Passo Rolle, Passo di Cereda, dan richting Forcelle en Aurine vervolgens richting Passo Duran. Die lijkt echter afgesloten. Maar goed…. Je bent Nederlander en gaat vervolgens toch even kijken hoever je dan wel kan komen. Ze zijn bezig met nieuwe asfalteringswerkzaamheden. De rechterstrook is echter prima (wel een beetje zacht maar wel goed te doen). De wegwerkers gebaren ons even te wachten. En dat doen we ook. Totdat er een wals achteruit begint te rijden. En die wacht Edmond terecht niet af. Hij stuurt snel haaks naar links en staat direct tot en met de velgen in het zachte warme asfalt. Het achterwiel staat nog op het hardere deel. En daar sta je dan met héél veel kilo’s. Ik probeer af te stappen maar zie dat de jiffy wegzakt in het te zachte asfalt. Ik kan niet afstappen. Een van de wegwerkers helpt Ed de Adventure terug te duwen op het hardere deel. De wals is inmiddels gepasseerd. We rijden snel een vijfhonderd meter verder en stoppen. Ed veegt de banden en de velg schoon met zijn motorhandschoenen. Het ergste is er af en de rest zullen we beiden van de banden af moeten rijden. Zijn handgrepen plakken, en dat blijkt wel handig aangezien daar geen profiel meer opzat. Een uur later zijn de bandjes weer keurig schoon gereden.
De weg gaat verder richting Forno over de Passo Cibiana dan over Passo Falzarego en zo komen we weer uit in Arabba.
Bijna elke dag komen we tegen de avond thuis. Het geeft trouwens wel een erg mooi beeld over de bergen als de zon er schuin op staat. En wat is het rustig op de weg.
Na thuiskomst frissen we ons op en catch up stories with the Aussies. Dinsdag 29 september En we besluiten nóg een dagje in Arabba te blijven. We gaan vandaag voor een rondje Noordoostelijke passen. Vanuit Arabba hebben we voor negen uur ’s ochtends al de eerste 33 hairpins naar boven te pakken. Het hotel ligt namelijk aan de voet van de Pordoi. Daarna draaien we de Sella op om vervolgens de Passo Gardena te rijden. Via de Campolongo en de Falzarego rijden we richting Cortina d’Ampezzo. Het jetset skioord met hoog Ferrari en bondgehalte. 
Blue en Zoe zijn zoals gewoonlijk weer mee en spelen verstoppertje in de helm. We hebben ook nog een foto met de vizieren dicht... en die vlak achter elkaar ziet er wel heel grappig uit. 
's Ochtends gaat de weg eerst weer over de Pordoi. Met die 33 pins naar boven ben je meteen weer wakker!
En Ed parkeert de motor her en der op de meest stijle stukjes. Ik zou er niet makkelijk meer wegkomen. Laat staan vanaf komen. Na Cortina rijden we over Passo Tre Croci naar het Lago di Misurina. Een prachtig bergmeer aan de voet van de Tre Cime di Lavaredo. ’s Ochtends hebben we bij een supermarktje broodjes, coppa di Parma en een lekkere Italiaanse kaas gekocht.
We rijden naar de Tre Cime di Lavaredo, een doodlopende klim maar zo mooi! We eten op de berg in het zonnetje en genieten van het prachtige uitzicht. 
bad hairday.... as usual on a bike. Daarna gaat de weg verder over de Passo San Antonio richting Auronzo. Dan door de bossen richting de Kreuzberg Pass en bij Valdaora Olang rijden we de Passo Furcia op naar Marebbe. Daar begint het Wurzjoch. Een van de echt bijzondere passen. Hij is wat smaller, maar qua natuurschoon is het een van de mooiste passen. We komen uit bij Klausen en gaan vervolgens over de Passo Pordoi en dalen de 33 hairpins naar ons tijdelijk onderkomen weer af. Lang dagje! Lekker dagje! Woensdag 30 september Arabba - Glurns We hebben 90% van alle Dolomieten passen gehad. Er blijven nog een paar staan maar die doen we volgend jaar. Dan rijden we nog de Manghen en wellicht de veel verder gelegen Panoramica (onverhard). In combinatie met Slovenie zou dat bijzonder de moeite waard zijn.
We nemen afscheid van de Koala’s en rijden de Pordoi over. Dan gaat het verder westwaarts richting de Karerpass en Passo di Laveze. We hebben een globale route in het hoofd, maar regelmatig stoppen we even omdat we het bordje Passo tegenkomen. We kijken dan even op de kaart of we die pas er ook nog in kunnen prutsen en meestal kan dat wel. Zo komen ook de Laveze en Passo di Oclini aan bod. De laatste was overigens doodlopend maar wel een leuk dingetje. Vervolgens gaat de weg verder over Passo San Lugano naar Ora ten zuiden van Bolzano. Daar dalen we af naar het grote dal met al zijn fruitbomen en wijnstruiken. We nemen de Mendolapass weer richting Fondo. Daar gaan drinken we een cappucino op hetzelfde terras als op de heenweg. De Mendolapass vervolgen we verder richting Passo Tonale en vandaar uit krijgen we de pas waar ik met mijn hoogtevrees toch bang voor ben. De Gavia.
Met ontzag heb ik tijden tegen die pas opgezien. Een woord… krap en geen vangrails etc. Het eerste stuk naar boven valt allemaal nog wel mee. Het asfalt is goed te doen en de weg slingert door de bossen naar boven. Daardoor zie je de diepte onder je niet. Het is rustig op de weg. Een echt voordeel van het rijden in September/Oktober. Wat verder naar boven zijn er echter geen bomen meer en kijk je regelrecht te diepte in.
De weg is drie meter breed, op de foto kan je het onderaan nog wel een beetje zien, gaat stijl omhoog en vangrails… tja, die ene steen die er af en toe aan de kant ligt, meer is het niet. De hairpins liggen er net zo krap in. Ik neem mijn tijd en rij rustig naar boven. Gelukkig komen we niet al te veel tegenliggers tegen.
Bovenop is het echter ademloos mooi. De gletscher ligt dichtbij en de omgeving ligt vol met rotsblokken en er is een meertje met een akelig chemisch blauw kleurtje. Wat is het hier mooi! De weg bovenop is overigens ook adembenemend! We maken foto’s en koersen vervolgens naar beneden richting Bormio. Daar beginnen we aan de klim naar de Stelvio.
De hele serie van 49 hairpins naar beneden richting Trafoi liggen eigenlijk niet op onze route, maar wederom prutsen we het in de route. We rijden ze gewoon naar beneden en weer omhoog. Edmond is helemaaal in zijn sas met de bochten, het kan hem niet krap, of geweldig verkant genoeg zijn. Daarna koersen we richting de deels onverharde Umbrailpas. Hij ligt er keurig bij. En sinds een paar jaar ligt er nieuw asfalt op de rest van de pas en sindsdien is het een goed begaanbare pas. We rijden aan het einde van de dag Zwitserland uit en duiken Italie weer in voor een overnachting. De aussies hadden ons een tip gegeven en we vinden het adres per toeval. We overnachten in Glurns bij een Zimmer Frei. De man was vroeger tegelaar en heeft met restpartijen tegels de rest van het huis overal betegeld. Ook de oprit van de garage is voorzien van een prachtig tegeltje. Het ontbijt is beneden en we zien een hele lading prijzen hangen. Rijen medailles en bekers. Voor skieen, rodelen, tennis etc. Blijkbaar een bijzonder sportief iemand. Zou het de man of de vrouw of beiden zijn? Volgende keer zullen we het eens vragen. Donderdag 1 oktober Glurns - Col de Bussang (Vogezen/Frankrijk) We verlaten Glurns en tanken over de grens in Zwitserland. Het is wederom een prachtige dag om passen te rijden. Vandaag hebben we een mooie selectie bekende en wat minder bekende Zwitserse passen voor de boeg. Ik heb ze nog nooit gereden dus ik verheug me er bijzonder op. De eerste pas van die dag is wel een ons bekende. Passo dal Fuorn (Ofenpass). We komen uit bij Zernez en rijden vervolgens de Fluelapass op richting Davos. Van daar pakken we de veel kleinere Albulapass richting St. Moritz. In de eerste instantie wisten we niet of het een doorlopende pas was. Het was op de kaart maar een heel vaag lijntje. Het bleek een prachtige pas te zijn!
De natuur was weer op en top. Veel variatie, van een klein slingerweggetje tussen de bomen door, krappe hairpins, lang een spoorlijntje met een pittoresk bergboemeltreintje, tot en met de prachtig rotsachtige hoogvlakte met uitzicht op de sneeuw. In St. Moritz stoppen we bij de supermarkt en kopen weer broodjes en beleg. We rijden de Julierpass op en lunchen boven op de berg in het zonnetje.
Verse parmaham, heerlijke broodjes en een stuk peccorino. Tja, dat is wel genieten. En wat hebben we het fijn met zijn tweeen deze week. Beide genieten we op en top van de omgeving, het mooie weer, de passen en elkaars gezelschap. En de tijd vliegt voorbij. De Julierpass eindigt bij Tiefencastel. Daar besluiten we een heel klein stukje Autobahn in te lassen. We kopen een vignet en rijden de snelweg richting Zurich, dan door naar Basel en niet veel later duiken we de Franse Vogezen in en zitten we weer op de binnenwegen. We hebben als eindpunt hotel Col de Bussang in gedachten. We proberen binnendoor te rijden, maar na 12 kilometer onverhard wordt de kwaliteit van het pad steeds slechter. We keren om. Mijn tank is bijna leeg en we hebben honger.
In Guebwiller gooien we om 19.00 de tank vol, bellen Mark en Ietske van Col de Bussang en vragen of ze nog plek hebben en dat we onderweg zijn en rijden vervolgens over Le Markstein, de Col de Odoron en nog een klein pasje naar Bussang. Om acht uur draaien we daar de het pad op en parkeren de motoren onder het afdak. We worden hartelijk welkom geheten door Mark en Ietske en krijgen een kamer op de begane grond. Lekker, want traplopen daar heb ik geen zin meer in. Al met al is het toch wel een lange dag geweest. We krijgen een groentesoepje voorgezet en een lekker stuk vlees en sla met rosti’s. We drinken er een lekker flesje rose bij. En het wordt ’s avonds later. We zitten gezellig te babbelen met Mark en Ietske en er staat een lekker muziekje op. Te laat rollen we eigenlijk weer in bed. Maar ja… gezelligheid kent geen tijd. Vrijdag, 2 oktober Col de Bussang - Lutzerath (Eifel/Duitsland)
Pff…. Wakker! Eerst maar rustig ontbijten. Voor negen uur zitten we na een paar bakken koffie, een croissantje en wat stokbrood weer op de motor. Gisterenavond hebben we met behulp van de detailkaart alvast een route voor volgend jaar uitgezet (dan gaan we met een groepje weg) die we meteen gaan proefrijden. We hebben geprobeerd een maximaal aantal colletjes erin te zetten en zoveel mogelijk geprobeerd dorpjes te mijden. En het is gelukt! Het is een wat frisse ochtend maar het is in ieder geval droog! We beginnen met de Ballon d’Alsace en de prachtige afdeling naar Masevaux. Dan door naar Thann en de Col de Herrenfluh (Route des Cretes). We stoppen boven op de Grand Ballon voor een kop koffie. Dan vervolgt de weg richting Le Markstein, Col du Platzerwasel, Sondernach naar Munster, Hohrodberg richting de Collet du Linge. Via Lac Blanc naar Col de Cavaire en dan naar de Col du Bonhomme. En verder maar weer naar Col du Bagenelles, Ste Marie aux Mines en dan over de Col de Fouchy naar Ville om te tanken. Dat moest echt! Die pomp hebben we op moeten zoeken en in de zumo als extra waypoint toegevoegd. Dan de Col de Kreuzweg, Le Hohwald en door naar Obernai. Inmiddels hadden we het plan opgevat om als afsluiting nog richting ons favoriete adres naar de Eifel te gaan. Hotel Maas in Lutzerath. Vanaf Strassbourg rijden we om half drie richting de Eifel. Autobahn. Om een uur of zes draaien we bij Stefan Maas de dam in. Tot mijn grote verbazing tref ik weer dezelfde bekenden. Jaap, Ida en Ruud. Wat een toeval. We komen elkaar vaker in de Eifel tegen dan in Nederland. Stefan heeft voor ons nog een leuk plekje aan de rand van het dorp.
We kijken over het gekortwiekte maisveld heen. We frissen ons even op en lopen vervolgens naar het hotel. We schuiven aan bij de groep van Dirk Huus. Jaap, Ida en Ruud zijn daar in eerste instantie ook al aangeschoven. Het is beregezellig, maar we maken het niet laat. We nemen op tijd afscheid en lopen terug naar ons appartement. We zijn toch wel een beetje moe. Zaterdag, 3 oktober Lutzerath - huis We moeten de korte route terug nemen. We rijden iets van 250 km binnenwegen (via o.a. Gerolstein, Prum etc) en vanaf Aachen duiken we de snelweg naar Amersfoort op. Het is een frisse herfstachtige ochtend. Het is zelfs gewoon koud, het eerste stuk is het rond de drie graden en later loopt het kwik op naar zes graden. Aangezien Edmond een paar winterhandschoenen en handvatverwarming heeft wisselen we van motor. Hij op de R1200GS en ik met zomerhandschoenen op de R1200GS-Adventure met de handvatverwarming. In Nederland valt dan eindelijk de eerste regen en waait de wind hard. Dat is lang geleden…. Een week geleden in Oostenrijk viel er ’s avonds ook regen, toen we dat laatste pasje in het donker omhoog reden naar Razil, aan het begin van onze vakantie. Wat hebben we het getroffen met het weer. Alle passen waren gewoon open, het wegdek was droog, de zon scheen en het was aangenaam van temperatuur. Samen met mijn lief. Thanx, voor alle mooie momenten die we samen elke keer weer beleven en delen.
|